Content op maat: de w van waanzin en wangedrocht? 2/3

Content op maat: de w van waanzin en wangedrocht? 2/3

Voorbeelden van content op maat en user generated content

Vorige maand heb ik drie verschillende vormen aangegeven waarbij lezers, luisteraars of kijkers een rol of stem krijgen bij de samenstelling of uitvoering van nieuwe content. In dit artikel belicht ik de drie voorbeelden van user generated content en geef ik kort aan wat de uitgeverij of kennisinstelling hiermee kan.

Deel 2.

Voorbeeld bij vorm één:

NS_JuliaHet jonge zangersduo Nick & Simon bedacht één single getiteld Julia. Vervolgens bracht het duo – op Internationale Vrouwendag, slim – daar nog eens 153 versies van uit met andere meisjesnamen. Zij vestigden daarmee een record in de Guinness World of Records-categorie: ‘Meeste digitale single releases van één artiest of band binnen 24 uur’. Ze behaalden er ook korte tijd een nummer één-notering mee in de top40. Bovendien brachten ze op aandringen van fans anderhalve maand later nog eens 20 extra versies uit.

Een groot succes? Dat lijkt ook wel weer mee te vallen.

  • Van hun nummer één-plek werden Nick & Simon algauw verstoten door een ander content ‘creatief’ project (Het met standaardsamples aan elkaar geplakte Sonnentanz van Klangkarussell).
  • En die fans die zo aandringen … Op hun website staan pakweg vijftig reacties, voornamelijk van vrouwen die blij zijn met hun eigen/dochtersnaam ertussen of die smeken om het toevoegen van hun (dochters) naam.

Toch, als geste naar hun vele vrouwelijke fans is het een heel geslaagd experiment te noemen, als je kijkt naar de luisteraantallen die er achter iedere gebruikte meisjesnaam op YouTube staat.

Wat kunnen uitgeverijen met deze vorm? Uitgeverijen die nichemarkten bedienen kunnen bij een speciale gelegenheid een (online) magazine uitgeven dat per bedrijf of organisatie in die markt de logokleuren en naam van dat betreffende bedrijf of die organisatie draagt. Educatieve uitgeverijen kunnen hetzelfde doen maar dan met de naam en kleuren van de scholengemeenschappen uit hun klantenbestand.

Voorbeeld bij vorm twee:

paul-verhoevenHoe het afliep met het Koningslied is bekend: er kwam een stroom (twitter)reacties op gang waar de honden geen brood van lusten.

Eerder in 2011 probeerde ook filmregisseur Paul Verhoeven vorm twee uit. Verhoeven staat bekend om zijn gedurfde keuzes, en is een hoop gewend als het aankomt op kritiek of erger. Bij uitstek dus dé man om de allereerste user generated film te regisseren. Het hele proces was van het begin af aan te volgen op tv (Entertainment Experience). Alles kon worden gecrowdsourced: van de titel van de film tot het scenario en de spelers. Afgaande op de verschillende websites die elkaar daarin tegenspreken moeten er zo’n 26.000 tot 35.000 deelnemers/bijdragen zijn geweest.  Het bleek vooral heel, heel moeilijk om een goed, stevig plot bij elkaar te crowdsourcen. Verhoeven hoopte uit een paar prima scenario’s te kunnen kiezen bijvoorbeeld, uit de vele, vele inzendingen, maar moest in de praktijk hier een zin en daar een scene zien te verzamelen uit al het ingestuurde. Een mammoetklus, of monnikenwerk, je mag kiezen. Ook van de amateuracteurs kreeg Verhoeven niet wat hij van ze verlangde. Met als resultaat dat er uiteindelijk twee films verschenen: Steekspel van Verhoeven, afgemaakt met professionele acteurs, en Lotgenoten van Stephan Brenninkmeijer, afgemaakt met amateurs. Beide films kregen een vrij milde recensie op Filmdoek.nl, niet vanwege een uitstekend verhaal maar meer vanwege de durf en de nieuwigheid.  In maart dit jaar verschenen beide films ook in enkele bioscopen, maar hun draaitijd was geen lang leven beschoren.

Wat kunnen uitgeverijen met deze vorm? Wellicht dat deze vorm nog de meeste kans van slagen heeft, daar waar het kennis betreft die klanten naar alle waarschijnlijkheid meer bezitten of beter benutten dan op dit moment binnen de uitgeverij het geval is. Zo zouden educatieve uitgeverijen nieuw lesmateriaal op het gebied van sociale media of online tools en toepassingen kunnen ontwikkelen in samenspraak met (afgevaardigde leerlingen van) scholen.

Voorbeeld bij vorm drie:

HAWAII FIVE-0In januari konden kijkers van de politieserie Hawaii Five-0 van één bepaalde aflevering via een tweede scherm via Twitter kiezen welk van de drie alternatieve eindes ze wilden zien. Dit is dus nog weer anders dan bij de eerste second screen film ooit, de Nederlandse (!) film App. Bij deze film kun je als kijker geen content kiezen, en daarmee invloed uitoefenen op het verloop van het verhaal. Wel krijg je extra content voorgeschoteld, als je via je telefoon meekijkt naar de film op het bioscoopscherm.

De tv-zender CBS, waar de aflevering van Hawaii Five-0 te zien was, splitste de kijkers op in die aan de Amerikaanse oostkust en westkust. Aan de oostkust kwamen 7,200 tweets binnen en ‘won’ het einde met de directeur als dader. Aan de westkust kwamen slechts 1,000 tweets binnen. Het meeste aantal tweets was naar de directeur-als-dader gegaan, maar de versie met de student-als-dader werd uitgezonden, wat zou betekenen dat de stemmen op de site van CBS het verschil hebben gemaakt.

Waarom zou je dit doen als tv-producent? Kijkcijfers. Alles in de strijd om de kijkcijfers. Waren die dan ook aanzienlijk hoger voor deze aflevering door deze stunt? Nee, niet echt, al waardeerden kijkers de stunt an sich wel als een vorm van betrokkenheid van de makers van de serie bij hen als kijker.

Wat kunnen uitgeverijen met deze vorm? Wie af wil van het ivoren-torenimago, kan met deze vorm waarschijnlijk een boel goodwill kweken bij klanten. Wat je al regelmatig ziet bij boeken geschreven door zelfstandig professionals, is dat zij cases hebben gecrowdsourced, die de theorie die zij bespreken ondersteunen. Dat is een mogelijkheid. Daarnaast kun je in een vergevorderd stadium of bij aflevering van content klanten enkele opties voorleggen. Als zij (gratis) extra content mochten ontvangen bij wat zij nu in handen hebben, op welk onderwerp mag dan dieper worden ingegaan?  Zo heb je vaker (positief) contact met je klanten, waardoor je naam beter blijft hangen en je content intenser gebruikt wordt.

Als afsluiting op deze drieluik over content op maat zal ik volgende maand ingaan op een conclusie voor de B2B-uitgever, zoals educatieve en vakuitgevers. Ook kennisinstituten die informatieproducten uitbrengen kunnen met content op maat hun voordeel doen.

 

PS. Zien waar voor uw uitgeverij de kansen liggen? Vraag gratis mijn e-book ‘Contentmanagement als winstgevend proces’ aan