Welke uitgever trekt het snelst zijn gympen aan?

Welke uitgever trekt het snelst zijn gympen aan?

Twee mannen lopen door een bos en slaan hun kamp op voor de nacht. Plotseling komt er een luipaard aan. Snel pakt de ene man gymschoenen uit zijn tas en trekt ze aan.  Zegt de andere man: ‘Denk je dat je sneller bent dan een luipaard op die schoenen?’ Antwoordt de eerste: ‘ Nee, als ik maar sneller ben dan jij …’

Om te overleven gaat het er niet om dat je sneller bent dan je klant, maar dat je sneller bent dan je concurrentie. Echter, uitgevers hebben moeite onze gympen te vinden. Aan alle kanten is het juist de klant die ons inhaalt. Een boek, tijdschrift of website zijn kanalen die auteurs zelf tegenwoordig ook kunnen maken en toepassen. Tenslotte is het maken van een website niet zo ingewikkeld meer. Als ’Blurbarian’ kan ik via de website Blurb.com boeken (foto’s en tekst) laten maken en verkopen. Dankzij de software van WordPress heb ik in 15 minuten gratis een complete website inclusief beheeromgeving. Dus ook ik ben uitgever!

Ik propageer nu overigens niet dat een uitgeverij met meerdere producten of media over zou moeten stappen op WordPress, integendeel. Het gaat even om het gemak en mogelijkheden van een auteur.

Laten we eerst even kijken naar een paar ontwikkelingen:

  • Er komen steeds meer  zelfstandige professionals, die publiceren goedkoop (gratis) via internet waardevolle kennis. Zij gebruiken dat voornamelijk als marketing- instrument en moeten dit doen om op te vallen tussen de honderdduizenden andere professionals.
  • Tablets zullen een steeds grotere doelgroep bereiken. Ook het lang beloofde eBook zal nu echt doorbreken.
  • Bedrijven hebben meer kanalen nodig om zich zichtbaar te maken in de markt. Denk hierbij aan video, artikelen en portfoliopublicatie.
  • Er wordt erg veel aangeboden op internet. De gebruiker heeft daarbij beslist geen eenduidig zicht op alle voor hem relevante informatie waarbij volledigheid, waarheid en kwaliteit geborgen zijn.

Hoe zou je als uitgever kunnen reageren op deze kansen en vooral sneller kunnen zijn dan je concurrent? Wie heeft de snelste ‘gympen? Kan een grotere uitgeverij eigenlijk net zo snel reageren als de eenpitter zoals een auteur, fotograaf, ontwerper, docent of andere contentgenererende specialist? Wat ik steeds tegenkom als belangrijk instrument is het derde punt waar de uitgever van oudsher verstand van heeft: marketing. Marketing voor de professional, de auteur van de toekomst. Marketing is in combinatie met gepersonaliseerde content waar de uitgeverij in kan uitblinken. De uitgeverij kent de doelgroep van de auteur, heeft de marketingkracht en -kennis en is bovendien verder in het multi-channel denken door middel van goed contentmanagement. Ik denk daarom dat uitgeven meer marketing wordt, verbinden, bundelen en aanbieden.

Wees als uitgever de verbindende partij  voor de auteur, de professional of het gespecialiseerde bedrijf. Zorg voor een makkelijk verkoopkanaal, voor de klant die ook auteur is. Als de uitgever zijn traditionele rol loslaat, komen er erg interessante mogelijkheden naar boven voor additionele diensten in dezelfde bedrijfstak waar voorheen alleen content verkocht werd.

Een andere interessante ontwikkeling is video. Klanten die eerst alleen content afnemen, willen ook content leveren in de vorm van een video. Waarom?… Marketing. Marketing voor de klant zelf wel te verstaan. Veel bedrijven komen met bedrijfsvideo’s, professionals maken online trainingen, netwerkgroepen organiseren rondetafelgesprekken. Al deze content wordt op dit moment op een ouderwetse wijze op internet gezet, namelijk massaal, als een soort advertentie. En dan maar hopen dat de juiste kijker het ziet.

De uitgeverij is allang niet meer een ’pijp’ waar je aan de ene kant iets instopt en aan de andere kant in een andere vorm iets uithaalt. Dit werkt niet meer. Een uitgeverij zou zich moeten openstellen voor een grote hoeveelheid verschillende vormen van informatiestromen binnen een branche en daar kwaliteit en functionaliteiten aan moeten toevoegen.

Ik heb mijn gympen al aan.

Edwin de Kuiper

 

Eens of oneens? Voorbeelden of uitzonderingen?

Laat het weten.